Als de apparatuur eenmaal is geplaatst zul je regelmatig bij de orthodontist op controle moeten. Hoe vaak je moet komen hangt af van de behandelingswijze, de fase in de behandeling, de gebruikte apparatuur en je eigen medewerking.
In het algemeen moet je één keer per maand op controle komen. Voor een deel zal de bezoekfrequentie ook afhangen van de vraag hoe goed je zelf meewerkt, en of je de adviezen van de orthodontist opvolgt. Voor bepaalde behandelingswijzen en apparatuur is vaker controle nodig dan voor andere.
Bij ieder controle-onderzoek zal de orthodontist je vragen hoe het gaat - en dan met name hoe het is gegaan nà het vorige bezoek. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de orthodontist de vorige keer je beugel heeft bijgesteld en dat je daar last van hebt gekregen. De orthodontist zal natuurlijk proberen zoveel mogelijk rekening te houden met je klachten.
De orthodontist zal:
beoordelen of de voortgang volgens planning is
bekijken of er geen negatieve (bij-)effecten van de behandeling zijn
bijstellen van de beugel ('activeren' van apparatuur)
plannen van de volgende behandelingsstappen
controle en advies met betrekking tot de mondhygiëne
Het is altijd mogelijk dat je vader of moeder meekomt tijdens een controle-bezoek. Ook zij kunnen uiteraard vragen stellen aan de orthodontist. Bovendien is het gemakkelijker als je samen kunt onthouden wat er moet gebeuren en waar je op moet letten.
Een succesvolle behandeling is alleen mogelijk als je zelf voldoende gemotiveerd bent. Bij ieder controle-onderzoek ziet de orthodontist niet alleen of hij zelf de juiste planning heeft gemaakt - maar ook of je zijn aanwijzingen hebt opgevolgd, en de beugel op de juiste manier hebt gedragen. Een gebrek aan medewerking kan verder blijken uit:
- afnemende mondhygiëne
- gebroken of verloren apparatuur
- afspraken te laat of gemist
Het kan zijn dat je aanvullende instructies krijgt voor het poetsen en/of de manier waarop je met je beugel moet omgaan. Als je niet goed poetst kan een extra mondhygiënische behandeling noodzakelijk zijn.
Als je beugel om de een of andere reden kapot is gegaan of je bent hem kwijtgeraakt dan moet je dit zo snel mogelijk aan de orthodontist melden. Hij zal de beugel repareren of eventueel een nieuwe maken.
De orthodontist kan tijdens de behandeling ontdekken dat er speciale problemen met je gebit zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om geïmpacteerde elementen (een tand of kies die niet doorbreekt), decalcificaties (tandbederf: oplossen van het glazuur, zichtbaar als witte vlekken rond de slotjes, oorzaak: slechte mondhygiëne) en wortelresorptie ('oplossen' van de wortels van tanden of kiezen, oorzaak: genetisch bepaald).
Ook kunnen zich andere onverwachte complicaties voordoen, zoals kaakgewrichtsklachten, een allergie voor nikkel (denk aan de metalen onderdelen van je beugel) of een bepaalde kunsthars (hiervan is je beugel gemaakt).
De hierboven genoemde problemen zijn gelukkig vrij zeldzaam. Als er complicaties zijn dan gaat het meestal over (tijdelijke) pijnklachten, uiteinden van draden die in je wang prikken, of apparatuur die los is gaan zitten.
Met blokjes op je tanden is het een beetje moeilijker om je tanden te poetsen, MAAR het kan perfect en het is heel erg belangrijk dat je het grondig doet. Wanneer er immers etensresten en plaque rond de blokjes achterblijven is de kans op witte vlekken en gaatjes groter.Het is van groot belang om met blokjes na elke maaltijd, dus minstens 3 keer per dag te poetsen. En zeker nog eens voor het slapengaan.
Begin met het poetsen boven het blokje, onder een hoek van 45° naar het blokje toe.
Daarna poets je de blokjes zelf door de borstel loodrecht op de blokjes te plaatsen en met draaiende bewegingen.
En nadien poets je het gedeelte van de tand onder de blokjes onder een hoek van 45° en dit weer met draaiende bewegingen.
Je kan ook een borstel met een kleiner kopje gebruiken om rond de blokjes goed te kunnen poesten of raggertjes om tussen de blokjes en onder de draad te kunnen poetsen. Vergeet ook de binnenkant van je tanden en de kauwvlakken niet te poetsen, noch je tandvlees.
Om onder de orthodontische draad te poetsen kan je interdentale borstels gebruiken.
En vergeet vooral niet de rand van jouw tand met het tandvlees goed te poetsen.
Soms is het nuttig om de plaque visueel te laten zien, en dit vooral wanneer een patiënt onvoldoende poetst en dit kan met plaqueverklikker.Plaqueverklikker bestaat onder de vorm van pastilles of vloeistof en kleurt enkel de tandplaque. Indien je goed gepoetst heb moeten je tanden na het gebruik van plaqueverklikker tandkleurig uitzien.
Je mag zowel MANUEEL als ELEKTRISCH poetsen. Sommigen vinden het met een elektrische tandenborstel makkelijker, maar een manuele tandenborstel kan je makkelijker meenemen. Je kan beide tandenborstels ook combineren.
Je tandpasta moet fluor bevatten. Maar welke tandpasta je gebruikt maakt niet uit, je mag zelf kiezen welke smaak je verkiest.
AI Website Software